Martha en Maria

Stel je maar eens voor dat Martha bij Jezus was komen zitten om net als Maria mee te luisteren. Men had dan beslist beide zussen scheef bekeken voor zo’n gebrek aan gastvrijheid. Zou het voor iemand die je komt opzoeken niet veel belangrijker zijn een luisterend oor te vinden, liever dan een overvloed aan versnaperingen?

Hoe kon Jezus het goedvinden dat Maria alle werk aan haar zus overliet? Moest er dan niet gehandeld worden of alleen maar geluisterd, gebeden en gemediteerd? Verschuilt Martha zich achter haar ‘plichten’ om niet actief naar Jezus’ boodschap te gaan luisteren?

In onze huidige samenleving zijn we allemaal geneigd vooral doe-mensen te zijn. Maar voelen we aan dat we onszelf soms voorbijlopen en dat we ons moe, uitgeblust en leeg voelen.

Horen we de roep om onthaasting niet alsmaar luider klinken?

En er steekt in dit verhaal nog meer! We zien hoe Jezus Maria prijst omdat ze actief deelneemt aan een diepgaand gesprek over dingen die God aanbelangen. Dat was in Jezus’ tijd absoluut ongehoord. Vrouwen hadden een zuiver dienende rol en moesten zich vooral niet met hogere, meer spirituele dingen bezig houden. Jezus doorbreekt ook hier weer een groot taboe door nog eens duidelijk aan te tonen dat vrouwen absoluut gelijkwaardig zijn aan mannen, op alle vlakken. Die stellingname stond zodanig haaks op de opvattingen van zijn tijd, dat ook de apostelen en hun opvolgers het er moeilijk mee hadden en soms nog hebben. En in hoeverre hebben wij, vooral de mannen, het daar misschien ook nog wat moeilijk mee?

Lucas durfde het wel in zijn evangelie te schrijven.
Maar wat doen wij daar nu allemaal mee, in ons eigen leven?

Heel dit verhaal is een oproep om evenwichtige aandacht zowel voor God als voor de medemens, voor de actie als voor de bezinning, voor de inbreng van mannelijke als vrouwelijke benadering van het leven.

Pasklare recepten kan ik niet geven. Want wij zijn allemaal verschillend, zowel in aanleg als in levensomstandigheden. Er wordt hier van ieder van ons een creatieve inspanning gevraagd.

Zie… Ik sta aan de deur en Ik klop

Zeker tien mannen, marconisten, zitten in de wachtkamer van de telegraafmaatschappij. Ze komen solliciteren op een advertentie. Tussen negen en twaalf uur ´s morgens moeten ze zich melden op het kantoor van de maatschappij. Zo zitten ze te wachten, terwijl ze een praatje maken. De een vertelt, waar hij momenteel werkt; een ander maakt duidelijk, wat hij van de nieuwe baan verwacht. En iedereen pocht dat hij zo´n goede radiotelegrafist is.

Als ze ruim anderhalf uur hebben gewacht en  zonder dat iemand van hen is binnen geroepen, beginnen ze te mopperen: ‘Een mooie boel hier: word je om negen uur uitgenodigd en ondertussen loopt het al tegen elven en er is niemand die naar ons omziet. Als het er hier zó aan toe gaat, wordt het voddenwerk…’

Zo zitten ze te praten en te mopperen. Om elf uur komt er nog een verlate sollicitant binnen. Hij wordt met hoongelach ontvangen: ‘U zit hier vanavond om zeven uur nog, hoor!’

De man gaat rustig zitten; maar na enkele ogenblikken staat hij op en gaat zonder kloppen de directiekamer binnen. Iedereen kijkt verbaasd. Na korte tijd komt hij met een stralend gezicht naar buiten en zegt: ‘Mijne heren, u kunt wel naar huis gaan, want ik ben aangenomen.’

Geërgerd en verbaasd vragen de anderen hoe dat nu toch mogelijk is. ‘Wel, mijne heren, de zaak is heel eenvoudig: zodra ik binnen kwam, hoorde ik door de luidspreker in de hoek van deze wachtkamer heel zachtjes in morsetekens: Indien u dit sein hebt vernomen, mag u binnen komen en wordt u aangenomen. Dit bericht werd al vanaf negen uur vanmorgen over de luidspreker uitgezonden. Hebben jullie dat dan niet gehoord?’

Geen van de mannen had aandachtig geluisterd. leder was teveel vervuld geweest van zichzelf, om naar de boodschap te kunnen luisteren. En daarom ging de betrekking aan hen voorbij.

Zo gaat het ook met het kloppen van de Heere Jezus aan de deur van je hart. Misschien zeg ook jij: ‘Ik heb de Heere Jezus nog nooit horen kloppen!’ Als je niet aandachtig luistert, hoor je Hem niet. Als je te druk met jezelf, je carrière, je hobby’s, enzovoorts bezig bent, hoor je Hem niet.

Misschien wil je Hem ook liever niet horen; want je moet dan wet al het andere loslaten; ja, je moet dan jezelf loslaten.

“Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden; en hij met Mij.”
Openbaring 3:20

Aside

Stilte…

Om rust temidden van onrust te ervaren.
Om alert en toch ontspannen te zijn.
Om zicht te krijgen op je (voor)oordelen.
Om niet meegesleept te worden door emoties.
Om je niet te verliezen in alles wat er op je afkomt.
Om in balans, in evenwicht te zijn.
Om eenheid in verscheidenheid te ervaren.
Om onuitgesproken verbondenheid te voelen met God.
Om te leven vanuit vertrouwen in plaats vanuit angst.
Om open en helder in het leven te staan.
Om met meer intensiteit en vreugde te leven.
Om te leven vanuit inspiratie en creativiteit
Om te luisteren naar anderen en naar jezelf.
Om te weten wat je werkelijk wilt.
Om te ontdekken wie je bent in God.
Om ruimte te maken voor wat je toevalt, toekomt.

Aside

Controle

Is het niet erg eenvoudig om God de schuld te geven dat de wereld ten onder gaat?

Is het niet droevig dat wij alles geloven wat de kranten schrijven en kwesties in de kiem smoren die de Bijbel stelt?

Is het niet droevig dat iedereen verwacht om naar de hemel te gaan, terwijl men niet eens in Christus geloven, nooit denken of spreken over hun geloof in God, of iets doen wat God van hen vraagt?

Ik heb niet alles onder controle, maar ik ben zeer geliefd door Degene die wel alles onder controle heeft.

Het is droevig dat je 1.000 grappen per e-mail kan versturen en iedereen neemt ze over, maar als je iets met betrekking tot God verstuurt, zullen maar weinig mensen het doorsturen.

Psalm 17

Als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God.
1 Joh. 3:21

David is aan het bidden. Zo’n gebed als in vs.2 en 3 kost je jezélf: ‘Spreek Uw oordeel over mij uit, toetst U mijn hart,’ zegt David tot God. Dat spreekt van verootmoediging, van een zich uitleveren aan Hem, die de heilige God is. Durven wij ons in Gods licht stellen? David wel, omdat hij wist dat diezelfde God ook goedertieren is en de zonde vergeeft. Willen we ons in Zijn licht stellen? Krijgt onze Here toegang in alle hoekjes (ook de donkere) van ons leven? Willen we eerlijk, oprecht en open zijn voor Hem?

Onze Meester vraagt alles. ‘Geeft Mij uw hart,’ zegt Hij in Spr. 23:26. Elke gedachte gevangennemen tot de gehoorzaamheid van Christus (2 Kor 10:5): in zorgen en zaken, moreel en financieel, in willen en werken. Let wel: Hij wil opruimen. Want alles in ons wat tegen Hem is, wat zonde is, staat Hem in de weg om te zegenen. Hij wil ons geestelijk laten groeien, ons rijk maken in Hem, ons gebruiken in Zijn dienst. Hij wil ‘gemeenschap’ met ons! En dat betekent: Hem toestaan door de Heilige Geest en door het Woord (vs.4,5) ons te reinigen, misschien heel rigoureus. ‘Als wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven’ (1 Joh. 1:9). God haalt dan een streep door de rekening. En alle zonden zijn weg en vergeten.

En dan? Wachten tot het weer misgaat in ons hart?

Zuchtend en moedeloos? Nee, gelukkig niet. De Here gaat verder met ons waar Hij gebleven was op onze geestelijke weg. In vs.3 zegt de dichter vrijmoedig: ‘Er is niets verkeerds meer.’ Alles ligt onder het kruis van Christus. Zo kan en durft iemand te naderen tot God (Hebr.10:22).

Uit: Verhalen bij de Bijbel

Bidden helpt!

Een twee-onder-één-kap woning wordt aan de ene kant bewoond door een godvrezende weduwe, die maar ternauwernood rond kan komen van het weinige geld dat ze ontvangt. De andere helft wordt bewoond door een klein gezin, waarvan de vader zeer vijandig is tegen alles wat met kerk of God te maken heeft.

Op zekere dag heeft de weduwe geen eten meer; en ook geen geld om het te kopen. Wat nu? In haar slaapkamer knielt ze neer en  – onder het openstaande raam vertelt ze, zoals ze gewoon is – hardop haar nood aan de Heere. In de aangrenzende slaapkamer zit haar buurjongen huiswerk te maken en ‘toevallig’ hoort hij zo door het openstaande raam het bidden van zijn buurvrouw. Vlug haalt hij zijn vader. Samen luisteren ze naar het gebed, dat ze woordelijk kunnen verstaan.

Als de buurman hoort dat ze om brood bidt, denkt hij: wacht, ik zal haar eens te pakken nemen – Vlug haalt hij een brood en gooit het met een flinke zwaai door het openstaande raam bij zijn buurvrouw naar binnen.

Wanneer de weduwe met bidden ophoudt, ziet ze het brood op bed liggen. Ze is verwonderd dat haar gebed zo spoedig verhoord is en opnieuw buigt ze haar knieën om de Heere te danken voor de hulp die Hij haar schonk. De buurman hoort het en wordt boos: Wat? Heeft de God van zijn buurvrouw haar geholpen? Hij zal haar eens gaan vertellen wie dat brood heeft gegeven…! Even later staat hij bij zijn buurvrouw  op de stoep en zegt hij: “U denkt dat uw God u dat brood heeft gegeven, maar dat is niet zo, hoor; ik heb u dat brood gegeven! Bidden is onzin.”

Gevat geeft de godvrezende vrouw – die hierdoor niet uit het veld geslagen is – hem ten antwoord: “O, maar dat maakt het wonder alleen nog maar groter, dat de HEERE zelfs Zijn vijanden gebruikt als Zijn knechten, net zoals Elia brood kreeg van roofvogels!”

Citaat

Geluk

“Wie zich gelukkig voelt met het geluk van anderen, bezit een rijkdom zonder grenzen.”
Frans Daels, Vlaams arts en politicus, 1882-1974

De aanhouder wint!

In de tweede wereldoorlog was er een Amerikaans soldaat, die op de Filipijnen gevangen zat. Hij was erg moedeloos. “Ik wou dat ik dood was”, dacht hij. “Nooit zal ik mijn vaderland terugzien.” Maar toen zag hij naast zich een miertje lopen. Omdat de soldaat toch niets te doen had, ging hij het maar bestuderen. Het beestje liep naar de muur en probeerde er overheen te komen. Dat mislukte, halverwege viel het weer naar beneden.

“Jammer,” dacht de soldaat, die het miertje wel de vrijheid gunde. Het kleine ding gaf de moed niet op. Weer klom het naar boven en… weer viel het. Voor de grap ging de soldaat eens tellen hoe vaak het miertje het probeerde. Hij kon lang tellen, pas na 77 keer lukte het de mier om over de muur heen naar buiten te klimmen.

De soldaat dacht na over zijn eigen hopeloze situatie. “O God,” bad hij, “als zo’n klein beestje de moed niet opgeeft, zal ik het ook niet doen. Eenmaal zal ik weer als een vrij man rondlopen.”

En zo gebeurde het. Dit verhaal heeft hij aan veel mensen doorverteld.

In de Bijbel staat: Jullie hebben volharding nodig om de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is.

Volhouden dus hé?