Jaag de liefde na en streef naar de gaven van de Geest.
1 Korintiërs 14:1
Jaarthema 2006
Wie Mij wil dienen, moet Mij volgen,
en waar Ik ben, zal ook Mijn dienaar zijn.
Johannes 12:26
Jaarthema 2005
Omdat u één bent in Christus Jezus, leeft u nu voor God.
Romeinen 6:11
Hoe herken je een christen?
Een christen herken je niet aan de sticker op zijn auto, niet aan het kruisje om zijn hals, niet aan de poster voor zijn venster, niet aan de bijbel op zijn boekenplank, niet aan zijn plaats in de kerk. Maar thuis is hij vriendelijk, eerlijk in zaken, hoffelijk in gezelschap, in spreken voorbeeldig, nauwgezet in werk. Hij is een discipel van Zijn Heer.
Nieuwjaarsbrief
Lieve broers en zussen,
We gaan het nieuwe jaar in en elk van ons maakt zijn wensen en voornemens bekend. We hebben een bewogen jaar achter de rug, maar willen vooruit kijken naar datgene wat de Heer in ons leven en dat van anderen gaat doen. Laten we de H. Geest de ruimte geven om grenzen te verleggen. Laten we onszelf wegcijferen en de andere belangrijker achten dan onszelf. Laten vergeving en verzoening geen ijdele woorden zijn, maar “werkwoorden”. En laten we in de eerste plaats kijken wat we daar zelf mee kunnen doen, zonder dit al onmiddellijk toe te passen op een ander. Als we ieder voor onszelf daar mee bezig zijn dan komt God ons zeker tegemoet met een overvloed van genade. Voor wat mezelf betreft, wil ik me volledig openzetten voor Zijn werking. Wanneer er zich dingen voordoen die ons dwars zitten laten we dan de moed hebben daar over te spreken met de betrokkene zelf. Laten we de gezindheid van Jezus aannemen, die als God zijnde Zichzelf volledig wegcijferde.Laat zo uw licht schijnen dat de mensen van de wereld, die verloren gaan, zo God in jou mogen zien en tot bekering mogen komen. Onbaatzuchtigheid deed Jezus naar deze wereld komen en laten we dan in en onder alle omstandigheden Hem navolgen.
André en Marcel
Jaarthema 2003
Mijn huis zal een huis van gebed genoemd worden.
Mattheüs 21:13
Kerstvrede in oorlogstijd
Het was tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog. In het Oosten van Duitsland waren de Russische troepen ver doorgedrongen. Kort voor Kerstmis 1944 waren de Duitsers in het westen nog een wanhopig tegenoffensief begonnen: de slag in de Ardennen. Er werd hevig gestreden in de bossen van de noordelijke uitlopers van de Eifel. Een inwoner van Aken, een stad die erg te lijden had onder bombardementen, had zijn vrouw en zijn twaalfjarige zoon ondergebracht in een jachthut midden in de bossen. Het was de avond voor Kerstmis. De vrouw en de jongen zaten samen stil in de hut bij het licht van een paar kaarsen. Hoe anders was deze avond dan Kerstmis in vroegere jaren! Plotseling werd er op de deur geklopt. Met bevend hart deed de vrouw open. Daar stonden drie Amerikaanse soldaten die van hun troepenonderdeel waren afgesneden. Eén van hen was gewond en bloedde hevig. De mannen waren gewapend en hadden zich ook zo naar binnen kunnen dringen. Maar ze bleven stil staan, bewogen zich niet en smeekten met hun ogen. Een gesprek was moeilijk, want moeder en zoon verstonden geen Engels. In gebroken Frans konden ze samen spreken. Frau Müller wenkte de drie mannen binnen te komen. Ze wist dat dat gevaarlijk was. De Amerikanen waren immers vijanden. Maar Frau Müller was een christin en in haar hart was de liefde van Christus. De gewonde soldaat werd op het bed van de jongen gelegd en verzorgd. Hans, de jongen, wreef met sneeuw de blauw bevroren voeten van de mannen. Drie dagen lang hadden ze al rondgedwaald in de bossen op zoek naar de Amerikanen en op hun hoede voor de Duitsers. Al gauw beschouwde de moederlijke Duitse vrouw de vreemden als grote jongens, die wat hun leeftijd betreft haar eigen zonen hadden kunnen zijn. Ze had nog een vette haan, die ze eigenlijk tot Nieuwjaar had willen bewaren in de hoop dat haar man dan met een kort verlof thuis zou zijn. Nu werd de haan geslacht en vrijwillig voor de vijanden opgeofferd. Al gauw hing er een heerlijke lucht van gebraden haan in de kamer.
Opeens werd er weer op de deur geklopt. In de verwachting nog meer verdwaalde Amerikanen te zien, deed de twaalfjarige Hans zonder aarzelen de deur van de hut open. Buiten stonden vier mannen in uniform: Duitsers!
Moeder en zoon stonden eerst verstijfd van schrik. Er was immers de harde wet: wie vijandelijke soldaten herbergt, pleegt landverraad. Ze konden allemaal wel doodgeschoten worden. Maar de moeder herstelde zich snel. Haar gezicht was bleek, maar haar stem was rustig toen ze zei: ‘Gezegend Kerstmis!’ De soldaten beantwoordden de groet. Ze legden uit dat ze de weg naar hun legereenheid verloren hadden en vroegen beleefd of ze in de hut mochten overnachten.
‘Natuurlijk mag dat,’ zei de vrouw, ‘kom maar binnen. U kunt zo dadelijk aanzitten aan onze kerstmaaltijd, waarbij nóg drie onverwachte gasten zijn. Maar u moet hen wel zonder meer als vrienden beschouwen.’ De leider van de Duitsers was een onderofficier. Hij vroeg bars: ‘Hebt u Amerikanen in huis?’ De moeder keek hem recht in de ogen en zei: ‘Het is kerstnacht en hier wordt niet geschoten! Jullie zouden mijn zonen kunnen zijn en die daarbinnen ook. Eén van hen is gewond en vecht voor zijn leven. Zijn beide kameraden zijn hongerig en, net als jullie, doodmoe. In deze kerstnacht denken we niet aan doden!’ De onderofficier staarde haar aan. Enkele eindeloze seconden heerste er zwijgen. Toen, na een hernieuwd liefdevol verzoek van de vrouw, legden de vier soldaten hun wapens op de kist met houtblokken in de gang. Ook de ‘vijanden’ leverden hun wapens in. Verlegen stonden de Duitsers en de Amerikanen schouder aan schouder in de kleine kamer. Nu was de moederlijke vrouw in haar element. Ze vonden allemaal een zitplaats: de twee Duitsers en de twee Amerikanen op haar grote bed. Moeder Müller keek in haar provisiekast en haalde alles tevoorschijn wat ze kon missen. Al gauw was het kerstmaal klaar. Eén van de Duitse soldaten had nog een roggebrood bij zich dat moeder Müller sneed. Toen ze allemaal om de tafel zaten bij het schijnsel van de kaarsen, sprak moeder Müller het gewone tafelgebed uit: ‘Kom, Here Jezus, wees onze Gast…’
Daarbij schoten haar de tranen in de ogen. Ook de oorlogsmoede soldaten uit de twee elkaar vijandige kampen waren ontroerd. Ze waren weer jongens, allemaal ver van huis. Het was of ze bij hun moeder aan tafel zaten op deze kerstavond. Het was dan ook heel vanzelfsprekend dat één van de Duitsers, een student in de medicijnen, zich over de wonden van de Amerikaanse soldaat boog voor een onderzoek. Allen waren opgelucht toen hij in vloeiend Engels constateerde: ‘De wond is gelukkig niet door de kou geïnfecteerd. De man heeft alleen veel bloed verloren. Hij heeft nu rust nodig en versterkend voedsel.’ Het was tegen middernacht toen de ‘vredesmaaltijd’ beëindigd was. Moeder Müller nam haar gasten, behalve de rustig slapende gewonde Harry, nog even mee naar de open deur. Ze keken in de heldere winternacht op naar de sterrenhemel. ‘Kijk,’ wees de vrouw, ‘is het niet net de kerstster?’ Prachtig straalde de Sirius, de helderste ster aan de hemel, neer op het wonderlijke kleine gezelschap daar beneden. De oorlog leek opeens heel ver en bijna vergeten. De privé wapenstilstand duurde ook voort tot de morgen. De Duitsers en de Amerikanen gingen nu gescheiden wegen. Harry kreeg het laatste ei van moeder Müller en een slokje rode wijn. De anderen kregen een bord havermout. Van twee stokken en een tafelkleed werd een draagbaar gemaakt voor de gewonde. De onderofficier wees de Amerikanen op een kaart hoe ze het beste hun troepenonderdeel konden terugvinden. Vlak voordat ze weggingen gaf de gastvrouw de wapens terug. Ontroerd zei ze: ‘God beware jullie allemaal en moge Hij jullie spoedig in vrede doen terugkeren in jullie familiekring!’ De Duitsers en Amerikanen gaven elkaar een hand en gingen in tegenovergestelde richting weg. Toen moeder en zoon weer samen in de hut waren, haalde moeder de oude familiebijbel tevoorschijn. De jongen zag hoe ze de Bijbel opsloeg bij de kerstgeschiedenis. In de afgelopen nacht was er een stukje werkelijkheid geworden van het woord dat de engel gesproken had: vrede op aarde!
Ook bij een ander vers bleef de vinger van de lezende vrouw rusten: ‘En zij trokken langs een andere weg naar hun land terug.’ Dat wordt gezegd van de wijzen uit het Oosten, die uit verre landen gekomen waren om het kindje Jezus te huldigen.
Zou er misschien ook een andere, een nieuwe weg zijn die de Amerikaanse en Duitse soldaten gingen, nadat zij deze bijzondere gebeurtenis met elkaar beleefd hadden?
Kerstmis
Het kerstfeest is actueler dan ooit. In onze tijd veroorzaken machthebbers de gedwongen verhuizing van tallozen. Er zijn miljoenen ontheemden. Toen Jezus geboren werd, was er ook grote ontreddering. Men moest zich laten inschrijven. Mensen waren onderweg naar hun stad van afkomst. De volkstelling bracht een grote volksverhuizing op gang. De hotels zaten vol en de commercie draaide op volle toeren. In die chaos werd Jezus geboren. Zijn geboorte toont ons onomwonden dat Hij niet welkom was. Waarom liet God dat allemaal toe? Hij had die kribbe toch kunnen voorkomen? Maar daarin toont God waar het ten diepste om gaat. Het toont dat de mens bankroet is. Er is geen liefde of ontferming van de mens te verwachten.In Zijn geboorte toont Jezus ons Zijn liefde. Het lijkt wel dat bij Zijn geboorte alles ontbrak. Geen plaats waar er rust en vrede was. Maria had nochtans een lange en vermoeiende reis achter de rug. Waarom voorzag God niet in een bed? Het moest duidelijk worden dat alleen Hij rust en vrede kan geven. Maria had de boodschap van de engel begrepen: “mij geschiedde naar Uw woord” zei ze. Hiermee gaf ze zichzelf over aan Gods leiding. In de diepste ellende is Zijn aanwezigheid voldoende.
Als wereldleiders ons land bezoeken wordt er gepoetst en geverfd. Maar bij Jezus komst is er geen voorbereiding geweest. Het was een vuile plaats. Waarom liet God dat toe? Hij is zonder smet of zonde. Hij heeft geen paleis nodig, geen uiterlijke reinheid. Hij is de bron van innerlijke heerlijkheid die boven alle menselijke inspanningen gaat.Zo wordt duidelijk dat Hij niets van de wereld nodig heeft, maar de wereld heeft Hem nodig.
Hij was niet welkom op deze wereld, ook niet in Jeruzalem. Hij moest vluchten voor Herodes. Hij was niet welkom in Nazareth. Men wilde Hem van de rotsen duwen.De vossen hadden holen en de vogels nesten, maar voor Hem was er slechts één plaats: de Schedelplaats (Golgotha). Daar deed Hij een opmerkelijke ruil. Hij nam de zonde van de mens op Zich om ons Zijn rust en vrede te kunnen geven. Daar zien we de kern van het kerstfeest: liefde won het van de haat. Kerstfeest is de openbaring van die oneindige liefde van God. Hij kwam door de liefde gedreven, om de haat te overwinnen. Daarom is er toch nog een plaats waar Hij welkom is. Het is Hem om die plaats te doen. Hij verlangt ernaar om in ons hart te wonen en er Zich thuis te voelen. Kerst is pas echt als die liefde zijn weg naar ons hart heeft gevonden en Gods vrede op ons neerdaalt.
Onze wereld is een chaos, miljoenen vluchtelingen, haat, nijd, rampen en oorlogen. Maar in miljoenen harten heeft Hij al Zijn plaats ingenomen. Blijdschap, vrede, rust en een heerlijke toekomst zijn ons deel in Hem. Glorie voor Zijn Naam die is boven alle naam.
Gebed
Geboeid ben ik vanbinnen.
Mijn hart wil zich bezinnen.
Wie kan mijn wens vervullen?
Uw groot geheim onthullen?
Gij zijt mijn God, mijn leven.
Gij zijt mijn heil, mijn streven.
Gij zult mijn geest ontplooien.
Uw Geest zal mij voltooien.
God zegt…
God zegt…
Wij horen…
Wij geloven…
God doet wat Hij zegt!
Hier volgen enkele uitspraken door de Heilige Geest ingegeven, uitgesproken, getoetst, bevestigd en geloofd in de Wijngaard.
“Vrees niet, wees moedig, want Ik, de Heer, sluit de poorten van de hel voor de Wijngaard en voor de stad. De tijd van zware moeilijkheden en lijden is voorbij. De Heer zal zich weer mensen verzamelen in zijn wijngaard.”
“Ik zie jullie tranen. Ik neem ze allemaal in mijn hand en strooi ze als dauwdruppels over de nieuwe morgen die er voor jullie aankomt. En dan glinsteren jullie tranen als parels in het licht.”
“Ik leer jullie aanvaarden dat je verlies kan lijden. En van daaruit kunnen jullie weer gaan overwinnen.”
“Wie met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien. Hij gaat al wenende voort, die de zaadbuidel draagt. Voorzeker zal hij komen met gejuich, dragende zijn schoven.”
“Zoals Ik de voorbije tijd Mijn droefheid en boosheid liet ervaren, zo laat Ik je nu Mijn vreugde om jullie als gemeente ervaren en toon Ik de overwinning die Ik voor jullie heb.”
Dank U, Vader!